woensdag 14 januari 2015

Willem de Zwijger, waarom?

In de maandelijkse Nieuwsbrief van het Meertens Instituut wordt steeds een vraag behandeld die het instituut gesteld wordt. Deze maand betrof het de bijnaam van Willem van Oranje: Willem de Zwijger. De vraag werd uitgebreid beantwoord door de historisch-taalkundige Nicoline van der Sijs. 
Het is merkwaardig dat we eigenlijk niet weten waarom Willem van Oranje deze bijnaam had. Maar ook dan is het goed te weten wat erover bekend is.

Willem Vos: Omstreeks 1952 leerde ik van onze hoofdonderwijzer dat de werkelijke bijnaam van Willem van Oranje niet Willem de Zwijger was, maar Willem de Zwigger. Dat is een molenterm, als bij dreigende storm de molen van de wind gedraaid werd. Overigens vond de onderwijzer dat die naam meer recht deed aan Willem van Oranje. Hij zweeg juist niet, maar wist als geen ander op het juiste moment te wijken (te zwiggen). De gevleugelde woorden ‘liever een graaf zonder land dan een graaf zonder hoofd’ duiden op beide eigenschappen: een goeie spreker die op het juiste moment een stapje opzij kon zetten. Op internet heb ik nergens een aanwijzing kunnen vinden. Ik zou het bijzonder op prijs stellen als het Meertens Instituut er aandacht aan zou besteden.

 

Het antwoord wordt gegeven door taalkundige Nicoline van der Sijs.

Willem de Zwijger of Willem de Zwigger?
De typering van Willem van Oranje als zwijgzame, gesloten man is in tegenspraak met wat bekend is van zijn levenshouding en daden. Al in de 19de eeuw verbaasde de beroemde historicus Robert Fruin zich daarom over de bijnaam De Zwijger: hoe kwam een welbespraakt iemand als de prins van Oranje aan een dergelijke bijnaam? In een artikel uit 1864 besteedt Fruin uitgebreid aandacht aan de kwestie (het artikel is herdrukt in het achtste deel van Robert Fruin's verspreide geschriften, 1900, p. 404-409).
            De eerste die de bijnaam noemt, is de geschiedschrijver Emanuel van Meteren, in zijn gezaghebbende Commentarien ofte memorien vanden Nederlandtschen Staet, handel, oorloghen ende gheschiedenissen uit 1608. In deze chronologische geschiedschrijving van de Nederlandse Opstand tegen het Spaanse gezag legt Van Meteren de bijnaam De Swijger in de mond van kardinaal Granvelle. Toen de kardinaal, die in dienst was van de Spaanse koning, in 1567 hoorde dat de opstandelingenleiders Egmont en Horne in Brussel gevangen waren genomen, vroeg hij onmiddellijk “of sy den swijger niet ghevangen hadden ofte connen crijgen?” “Daar mede meynende den Prince van Orangien,” legt Van Meteren uit. Toen Granvelle hoorde dat zijn vijand was ontkomen, antwoordde hij: “beter ware den swijger alleen gevangen, dan alle de reste t’same.”
           Fruin meent dat Van Meteren zich vergist: in de vele brieven die Granvelle over de situatie in de Lage Landen schreef, is deze bijnaam nergens te vinden. Waarschijnlijk, zo vermoedt Fruin, heeft Van Meteren per ongeluk de naam Granvelle verwisseld met die van de Vlaamse inquisiteur Titelmans, een ándere  tegenstander van Willem. Volgens een Latijns boekje uit 1574 over de gevangenname van Egmont en Horne luidde de reactie van Titelmans: “Als  astutus Gulielmus (sluwe Willem) is ontkomen, zal de vreugde van korte duur zijn.” Per abuis heeft Van Meteren de typering astutus Gulielmus van Titelmans weergegeven als den swijger en Granvelle als bron opgevoerd.
            Waar Van Meteren de bijnaam nu precies vandaan heeft, is nog steeds niet duidelijk: sinds het artikel van Fruin zijn er nauwelijks nieuwe feiten gevonden.
Geuzennaam
Oorspronkelijk was De Zwijger dus een scheldnaam, toegekend door een tegenstander van de prins. De naam werd snel internationaal bekend: al in de Duitse editie van Van Meterens werk uit 1614 komt der Schweiger voor. In het Frans spreekt men van Guillaume le Taciturne, in het Engels van William the Silent.
            Sympathisanten van de prins namen de naam over en maakten er een geuzennaam van. En ze verzonnen er een passende mythe bij, namelijk dat Willem van Oranje zwijgzaam was en tegenover zijn vijanden de kaken op elkaar wist te houden. Die mythe is wellicht in het leven geroepen door de beroemde Nederlandse schrijver P.C. Hooft. In zijn magnum opus Nederlandsche Historiën, waarvan de eerste twintig boeken in 1642 verschenen, beschrijft Hooft de geschiedenis van de Nederlandse Opstand, inclusief het verhaal dat Granvelle in 1567 de schimpnaam de zwijger had gebruikt. Veelzeggend voegt hij daaraan toe:
“Spaarzaam zeeker van woorden was deeze Vorst, en gewoon te zeggen; dat geen’ list van geveinstheit den grondt verberghen kan van eenen, die zich aan't kallen laat kryghen”
ofwel: deze vorst was inderdaad spaarzaam met woorden en hij placht te zeggen dat iemand die zich aan het praten laat krijgen, zich altijd bloot geeft, hoe sluw hij ook veinst.
(http://dbnl.org/tekst/hoof001nede01_01/hoof001nede01_01_0010.php)
De geuzennaam De Zwijger raakte overigens pas in de 19de eeuw ingeburgerd, om Willem van Oranje te onderscheiden van Willem I. Dit tot ongenoegen van Fruin, die er in zijn artikel alles aan doet om ‘dien hatelijken bijnaam’ uit te bannen.

Kardinaal Granvelle, Filips II en Alva. Bron: Staatkundige historie van Holland, anoniem, deel 10, 1761
Zwigger?
Nergens in de omvangrijke literatuur heb ik de variant Willem de Zwigger gevonden, of een verband met de molenbouw. Sterker nog: er bestaat geen woord zwigger of zwiggen. Wel kennen we het werkwoord zwichten, en waarschijnlijk is dit wat de onderwijzer van dhr. Vos bedoelde. Er bestaan zelfs twee werkwoorden zwichten, die niet aan elkaar verwant zijn: het ene werkwoord betekent ‘wijken, toegeven’ en is een variant van zwijgen, het tweede betekent ‘zeilen of touwen oprollen, borden van een molenwiek inbindenʼ en is verwant met zweep. Willem de Zwichter – erg heldhaftig klinkt het niet. De bovenstaande citaten hebben inmiddels wel aangetoond dat dit niet de oorspronkelijke naam is geweest.
Liever een graaf zonder land dan een graaf zonder hoofd
De onderwijzer van dhr. Vos ziet in de gevleugelde woorden Liever een graaf zonder land dan een graaf zonder hoofd een bewijs van de flexibiliteit van de Vader des Vaderlands. Hij veronderstelt kennelijk dat de prins deze woorden heeft geuit. Inderdaad kun je op verschillende plaatsen op internet lezen dat Willem van Oranje in 1567, voordat hij wegtrok uit Brussel, tegen de graaf van Egmont zou hebben gezegd: “Liever een prins [geen graaf] zonder land, dan een graaf zonder hoofd.” Egmont en Horne bleven in Brussel achter, en moesten dat met de dood bekopen. In een variant van het verhaal is sprake van afscheidswoorden, waarbij Egmont zou hebben gezegd: “Vaarwel, Prins zonder land”, en Willem als antwoord gaf: “Vaarwel, Graaf zonder hoofd.”
            Dit verhaal wordt al verteld door Hooft in zijn Nederlandsche Historiën, maar Hooft betwijfelt de historische realiteit. Hij schrijft:
Men voeght'er by, dat zy voortselkandre, Prins zonder goedt, Graaf zonder hooft, zouden adieu gezeit hebben. 'T welk ik nochtans niet zoo zeeker houde, als dat Oranje (want dit wordt meede vertelt) weemoedigh door erinnering van 't gewis bederf, beschooren voor Egmondt, ende denkende hem, op ditmaal voor 't laatste, te zien, den zelven hartelyk met omarming knelde, en, niet zonder weederzydighe traanen, daar af scheidde. Dit gesprek, beluistert (zoo de maare ging) door eenen, dien de Calvinischen in de schoorsteen der kaamere verborghen hadden, braght hen, niet weetende werwaarts zich te keeren, in d'uiterste bekommering.

In de periode hierna wordt zo af en toe gerefereerd aan het verhaal, maar het is waarschijnlijk echt algemeen bekend geworden dankzij La Légende d’Ulenspiegel van de Belgische auteur Charles de Coster uit 1867. In dit werk beleeft de schelm Uilenspiegel met zijn maat Lamme Goedzak allerlei avonturen tijdens de Nederlandse Opstand. In de Nederlandse vertaling uit 1896 wordt aan het einde van het tweede boek verteld hoe Uilenspiegel, verstopt in de schoorsteen – Coster volgt hier kennelijk Hooft –een discussie afluistert tussen Egmont en Willem van Oranje, die eindigt met:
Daarop dede de Zwijger teeken dat hij wilde vertrekken.
- Vaarwel, prins zonder land, zegde Egmond.
- Vaarwel, graaf zonder hoofd, antwoordde de Zwijger.
We kunnen dit verhaal gerust, in navolging van Hooft, apocrief noemen.
_________________________________________________
Dit artikel is verschenen in de nieuwsbrief (januari 2015) van het Meertens Instituut:

Afbeelding in kader: Joachim Köhler. Gebrandschilderd Glas 25 (detail) in de Sint-Janskerk in Gouda, Nederland: "Het ontzet van Leiden", Willem van Oranje (Wikipedia).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen