woensdag 6 februari 2013

Carnaval - spotziek plezier

Zolang de mens enzovoort ... benoemt hij zijn medemens en een van de redenen om dat te doen is om zijn medemens te kwetsen. Door je naaste te pesten met een rotnaam, of om hem vast te pinnen aan een kenmerk, zet je hem toch maar mooi op zijn nummer. Wie rossig haar heeft zal het weten ook: we noemen hem ‘de rooie’. Op een gegeven moment haal je je schouders daar bij op, naamgever en benoemde, dan noem je iemand zo omdat hij nu eenmaal zo heet en je weet niet beter. De pejoratieve naamgeving blijkt toch aan de basis van een betere verstandhouding te hebben gelegen. Eigennamen zijn ingeburgerd. Uit zulke bijnamen zijn zelfs familienamen voortgekomen: De Ro, Rood, De Rooij, Roobol.

Humor komt uit de menselijke onderlaag omhoog om cultureel op te bloeien. Ook gemeenschappen werden en worden nog met bijnamen gekarakteriseerd. Met name de gemeenschappen dichtbij, want die zijn kenbaar. In carnavalstijd behoort de ‘carnavalsnaam’ tot de parafernalia. Oeteldonk als naam voor Den Bosch is inmiddels algemeen bekend, maar elk dorp of stadje waar ze een optocht houden heeft er wel een. In Limburg beperkt men zich kennelijk meer tot de dialectvorm van een plaatsnaam.

Bijna een eeuw geleden heeft Jozef Cornelissen in een serie boekwerken de scheldnamen van plaatsen en hun inwoners als groep verzameld. Latere verzamelaars hebben daar uiteraard veel profijt van gehad. Worden er nog nieuwe namen gegeven? De indruk bestaat dat het verschijnsel tanende is, maar misschien moet er beter veldwerk worden gedaan.
In carnavalstijd worden de onderlinge spotnamen als geuzennamen gedragen. Het probleem is natuurlijk dat je jezelf niet zo’n naam kunt geven. Je moet elders vernemen hoe je woonplaats en zijn inwoners genoemd worden. Dus dan toch maar weer naar de kermis in het volgende dorp en hopen dat ze je daar na een knok- en scheldpartijtje zo’n rotnaam geven zoals ‘Kruikezeikers’ of ‘Kaaienschijters’ die je trots mee terug kunt nemen.

Aanstekelijke literatuur (een selectie):

Jozef Cornelissen: Nederlandsche volkshumor op stad en dorp, land en volk. Spot- en bijnamen, spotrijmen, spotvertellingen, volksetymologische sagen, spreekwoorden en zegswijzen, enz., naar hun oorsprong en beteekenis verklaard. Antwerpen 1929.
-----
[Heerkens, Piet]: Spotnamen. Noord-Brabantse plaatsen en hun inwoners met een bijnaam.
In: De Wazerweijen. Heemkundekring 'De Heerlyckheit Dongen' (1991), nr. 39, p. 947-948.
Gevolgd door 'Brabantse scheldprocessie', overgenomen uit A. van Oirschot: Het land van de Brabanders (1975).
-----
A.L. Hottenhuis: Schelden doet geen pijn... Over namen en bijnamen.
In: Jaarboek Twente 30 (1991), p. 7-13. Met een lijst spotnamen van inwoners van Twentse plaatsen.

-----
Theo van de Voort: Scheldnamen in de regio Meerlo-Wanssum.
Z.p. 1994, 75 p.
-----
Dirk van der Heide: Scheldnamen.
In: Alledaagse Dingen. Tijdschrift over volkscultuur, regionale geschiedenis, folklore en volkskunst in Nederland.
1994, jrg. 1, nr. 1, p. 5.
Verzamelt de dorpsscheldnamen in heel Nederland en probeert de herkomst ervan te achterhalen. Inmiddels zijn er diverse publicaties verschenen, waaronder:
Dirk van der Heide: Groot schimpnamenboek van Nederland.
Bedum 1998, 308 p.
-----
G. Sels: Spotnamen, spotgebruiken en volkshumor uit de Turnhoutse Kempen.
In: Taxandria. Jaarboek van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van de Antwerpse Kempen 67 (1995), p. 87-168.
-----
Willem Boxma: Schimpnamen. Galgelapers, bregebidlers, grenaten en andere Friezen.
In: Traditie. Tijdschrift over tradities en trends 5 (1999), nr. 2, p. 12-13.
-----
Har Brok: Doppenhokkers, kooleters en andere scheldnamen.
In: De Jol. Tijdschrift van de Stichting Oudheidkamer Oostzaan 22 (2006), p. 14-18.
-----
Joop van Dalfsen: Waarom Brabantse plaatsen met carnaval anders heten.
In: Brieven van Paulus. Tweemaandelijks periodiek van de heemkundekring "Paulus van Daesdonck", Nieuw-Ginneken 32 (2007), nr. 163, p. 101-103.
-----
De Bosatlas van Nederland.
Groningen, Wolters-Noordhoff Atlasproducties, 2007, p. 359: Carnavalsnamen (in Noord-Brabant).
-----
Riemer Reinsma: Namen in boerenkiel. Carnavalsplaatsnamen in Nederland.
In: Onze Taal 77 (2008), nr. 1, p. 30-33.
-----
Harry Nijhuis: Van Twentse zoaltkloetens, gruppendrieters en heuimiegers.
In: Sprekend van aard. Bijnamen en karaktereigenschappen in streektalen. Het dialectenboek, 11. Groesbeek / Gent, Stichting Nederlandse Dialecten / Variaties vzw. 2011, p. 87-90.
-----

Website:
Lijst van alternatieve plaatsnamen tijdens carnaval
-----

Zo maar wat namen plus verhaalbron:

Grielachers - inwoners van de Sjeet (Schaesberg); huilers en lachers tegelijk.
Harry Haas: De Merksteinse burgerij anno 1668.
In: Bulletin Oudheidkundig en Cultuurhistorisch Genootschap Landgraaf 7 (1991), nr. 1, p. 13.

Berenlaaiers - inwoners van Lage Zwaluwe; die van Hoge Zwaluwe heten Donkerlanders; die van Moerdijk de Spieringkruiers.
Leo Zelissen: Over de geschiedenis van Lage Zwaluwe in de jaren na de eeuwwisseling.
In: De Bùrt. Uitgave van de Vereniging Heemkundekring "Willem Snickerieme" te Hooge en Lage Zwaluwe (1990), nr. 9, p. 7.

Gorteldonk / Gortzakken - Het van oudsher katholieke Limmen heet tijdens carnaval Gorteldonk. De bijnaam van een Limmenaar is een Gortzak. Gepelde gerst is gort en gerst heeft het op de geestgronden van Limmen altijd uitstekend gedaan.
Jan Derk Gerritsen: Van Lymbon tot Limmen in 1250 jaar.
In: Noord-Holland 9 (1990), nr. 5, p. 19.

Heksen - inwoners van Pesse in Drenthe.
Willem de Blécourt: Termen van toverij.
Nijmegen, SUN, 1990, p. 195.

Koekvreters - inwoners van Baarlo; Baolderse koakvraeter, Baolderse kook (en kukskes); i.v.m. de attractie bij feesten: het kokeraad.
Miep Heines: Keuk en Kukskes. Officiële en officieuze persoonsnamen in Baarlo.
Baarlose Sprokkelingen, nr 20. Baarlo, Historische Werkgroep "de Borcht", 1990, nr. 20, p. 6.

Stropiedorp / Stropielekkers (Strooplikkers) - Zaamslag en inwoners, i.v.m. anekdote over een lek in een vat stroop.
Mededelingen van de Zeeuwsche Vereniging voor Dialectonderzoek.
In: Nehalennia (1990), nr. 80, p. 38.

Kroosduikers, Stijfselkneters etc.
Encyclopedie van de Zaanstreek. Eindredactie Jan Pieter Woudt, Klaas Woudt.
Wormerveer-Zaanstad 1991, p. 138-139.

Artepellers (Erwtenpellers) - inwoners van Papendrecht.
Uit de ouwe dôôs. In: Mededelingenblad Historische Vereniging Hardinxveld-Giessendam 13 (1991), nr. 3, p. 129.

Schapekoppen of Schapedieven - inwoners van Dordrecht, i.v.m. 17e eeuwse legende over een gestolen schaap; carnavalsnaam van Dordt: Ooi- en Ramsgat.
Sibrand de Grauw & Gerard Gast: ABCDordt. Dordtse uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes.
Dordrecht 1991, p. 90.

Garenpapen - inwoners van Meijel.
Herman Crompvoets: Mééls woordenboek.
Medelo 6. Bijdrage tot de kennis van het Meijels heem. Meijel 1991, p. 110.

Grombuikers en Haringvreters - inwoners van Katwijk; grom is het ingewand van een vis; die van Rijnsburg heten Kleihielen, Koolstronken of Uien; die van Noordwijk de Suikerkonten omdat ze chicorei verbouwden.
Jan Swagerman: Vertellingen rondom de Oude Rijnmond.
Katwijk 1991, p. 134.

Kienawers - inwoners van Helmond; kienaw = kijk nu.
Zouwe kenne waai Hellemonders mekaar vurstoan.
Heemkundekring Beistervelds Broek 1991, p. 27.

Koolhazen - inwoners van Lochem, i.v.m. sage over het vangen op een koolveld van een haas die een ezel bleek te zijn.
Tienus: Kool; z'n historie en z'n sage.
In: De Olde Kaste. Uitgave van de Oudheidkundige Vereniging Hengelo Gelderland 4 (1991), jrg. 4, nr. 2, p. 17.

Klokkenverzuipers - inwoners van Oegstgeest; de parochianen die een klok gingen kopen, kwamen zonder klok terug; het geld was op aan reis- en verblijfkosten.
Riet van Dort: Sodom en Gomorrah, Nazareth, De Kaap en de Klokkenverzuipers.
In: Vereniging Oud Oegstgeest presenteert. Halfjaarlijks periodiek van de Vereniging Oud Oegstgeest 6 (1994), nr. 2, p. 21.

Kruikezeikers - inwoners van Tilburg.
Henk van Doremalen & Paul Spapens: Kruikezeikers. Mythe en werkelijkheid van een Tilburgs fenomeen.
Tilburg, Tilburgs Stadsmuseum, 2004, 46 p.

1 opmerking:

  1. Te stellen dat in Limburg de carnavalsnamen van dorpen en steden 'verdialecte' normale namen zijn, is niet waar.
    Hier (Noord-Limburg) hebben alle dorpen en steden met Carnaval een eigen naam, die duidelijk afwijkt van de normale naam.
    Voorbeelden:
    Venlo - Jocusriëk
    Horst - Dreumelriëk
    Sevenum - Aezelsriëk
    etc.

    BeantwoordenVerwijderen